proclame
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| proclamer |
proclame
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van proclamer
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van proclamer
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van proclamer
| vervoeging van |
|---|
| proclamar |
proclame