prang
Uiterlijk
- prang
- zn: van Middelnederlands prange, op te vatten als naamwoord van handeling van prangen ww zonder het achtervoegsel -en [1] [2] [3]
- ww: prangen ww zonder de uitgang -en
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | prang | prangen |
| verkleinwoord |
- voorwerp dat klemt
- (figuurlijk) situatie waarin men vastzit in een onaangename situatie
| vervoeging van |
|---|
| prangen |
prang
- Het woord prang staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "prang" herkend door:
| 71 % | van de Nederlanders; |
| 68 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 71 %
- Prevalentie Vlaanderen 68 %