plette

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plet·te

Werkwoord

vervoeging van
pletten

plette

  1. enkelvoud verleden tijd van pletten
    • Ik plette. 
    • Jij plette. 
    • Hij, zij, het plette. 
  2. aanvoegende wijs van pletten