overvoerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·voer·de

Werkwoord

vervoeging van
overvoeren

overvoerde

  1. enkelvoud verleden tijd van overvoeren
    • Ik overvoerde. 
    • Jij overvoerde. 
    • Hij, zij, het overvoerde. 
  2. verbogen vorm van overvoerd, voltooid deelwoord van overvoeren
Verwante begrippen
vervoeging van
overvoeren

overvoerde

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van overvoeren
    • ... dat ik overvoerde. 
    • ... dat jij overvoerde. 
    • ... dat hij, zij, het overvoerde.