overgroeide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·groei·de

Werkwoord

vervoeging van
overgroeien

overgroeide

  1. enkelvoud verleden tijd van overgroeien
    • Ik overgroeide. 
    • Jij overgroeide. 
    • Hij, zij, het overgroeide. 
  2. verbogen vorm van overgroeid, voltooid deelwoord van overgroeien