oponer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • o·po·ner

Werkwoord

oponer

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oponer
oponía
opuesto
volledig
  1. (overgankelijk) tegenoverstellen
  2. opponeren, tegenspreken, inbrengen tegen
Verwante begrippen