ontdooiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·dooi·den

Werkwoord

vervoeging van
ontdooien

ontdooiden

  1. meervoud verleden tijd van ontdooien
    • Wij ontdooiden. 
    • Jullie ontdooiden. 
    • Zij ontdooiden.