ombouw
Uiterlijk
- om·bouw
| vervoeging van |
|---|
| ombouwen |
ombouw
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ombouwen
- ... dat ik ombouw.
- Het woord ombouw staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ombouw" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be