negenhonderdzevenennegentigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·gen·hon·derd·ze·ven·en·ne·gen·tigs

Zelfstandig naamwoord

negenhonderdzevenennegentigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord negenhonderdzevenennegentig

Gangbaarheid