negenhonderdveertigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·gen·hon·derd·veer·tigs

Zelfstandig naamwoord

negenhonderdveertigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord negenhonderdveertig

Gangbaarheid