Naar inhoud springen

napráskejte

Uit WikiWoordenboek
  • IPA: /napraːskɛjtɛ/
  • na·prá·s·kej·te

napráskejte

  1. formeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het perfectieve werkwoord napráskat
  2. tweede persoon meervoud gebiedende wijs van het perfectieve werkwoord napráskat