naampje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naam·pje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van naam met het achtervoegsel -pje

Zelfstandig naamwoord

naampje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord naam