middagdutje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·dag·dut·je

Zelfstandig naamwoord

middagdutje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord middagdut

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie