Naar inhoud springen

marques

Uit WikiWoordenboek

marques v mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord marque
vervoeging van
marquer

marques

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van marquer
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van marquer


vervoeging van
marcar

marques

  1. aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van marcar
  2. gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van marcar