lesbootje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·bo·tje

Zelfstandig naamwoord

lesbootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lesbo
Woordafbreking
  • les·boot·je

Zelfstandig naamwoord

lesbootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lesboot