lazer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·zer

Werkwoord

vervoeging van
lazeren

lazer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren
    • Ik lazer. 
  2. gebiedende wijs van lazeren
    • Lazer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren
    • Lazer je? 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be