lazer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·zer

Werkwoord

vervoeging van
lazeren

lazer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren
    • Ik lazer. 
  2. gebiedende wijs van lazeren
    • Lazer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren
    • Lazer je? 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie