kroop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kroop

Werkwoord

vervoeging van
kruipen

kroop

  1. enkelvoud verleden tijd van kruipen
    • Ik kroop. 
    • Jij kroop. 
    • Hij, zij, het kroop. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.