koelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koel·de

Werkwoord

vervoeging van
koelen

koelde

  1. enkelvoud verleden tijd van koelen
    • Ik koelde. 
    • Jij koelde. 
    • Hij, zij, het koelde.