kniebuiginkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knie·bui·gin·kje

Zelfstandig naamwoord

kniebuiginkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kniebuiging