kluunden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kluun·den

Werkwoord

vervoeging van
klunen

kluunden

  1. meervoud verleden tijd van klunen
    • Wij kluunden. 
    • Jullie kluunden. 
    • Zij kluunden.