klanknabootsinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klank·na·boot·sin·kje

Zelfstandig naamwoord

klanknabootsinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord klanknabootsing