kiftte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kift·te

Werkwoord

vervoeging van
kiften

kiftte

  1. enkelvoud verleden tijd van kiften
    • Ik kiftte. 
    • Jij kiftte. 
    • Hij, zij, het kiftte.