joh

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • joh
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: aanspreekvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924 [1]

Tussenwerpsel

joh

  1. spreekt iemand aan om ontsteltenis of protest uit te drukken
    • Hou eens op, joh! 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Verwijzingen