Naar inhoud springen

joh

Uit WikiWoordenboek
  • joh
  • In de betekenis van ‘tussenwerpsel: aanspreekvorm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924 [1]

joh

  1. spreekt iemand aan om ontsteltenis of protest uit te drukken
    • Hou eens op, joh! 
     'Hé joh, gaat het wel?' zegt Lot, die er nóg een hand bij legt.[2]
     'Ja, ik„ Ik ben er een beetje stil van ' 'O, nee joh, zo erg is het niet.[2]
87 %van de Nederlanders;
50 %van de Vlamingen.[3]