intrede

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·tre·de

Werkwoord

vervoeging van
intreden

intrede

  1. (in een bijzin) enkelvoud tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van intreden
    • ... dat men intrede. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.