Naar inhoud springen

interrogare

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
interrogāre interrogō interrogāvī interrogātum
eerste vervoeging volledig

interrogāre

  1. overgankelijk ondervragen
  2. tweede persoon enkelvoud imperativus praesens passief van interrogāre


vervoeging van
interrogar

interrogare

  1. eerste persoon enkelvoud toekomende tijd (futuro) van interrogar (modo subjuntivo/aanvoegende wijs)
  2. derde persoon enkelvoud toekomende tijd (futuro) van interrogar (modo subjuntivo/aanvoegende wijs)