interceder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·ce·der
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
interceder
intercedía
intercedido
volledig

Werkwoord

interceder

  1. onovergankelijk intercederen, als bemiddelaar optreden

Verwijzingen