innaai
Uiterlijk
- in·naai
| vervoeging van |
|---|
| innaaien |
innaai
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van innaaien
- ... dat ik innaai.
- Het woord innaai staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| vervoeging van |
|---|
| innaaien |
innaai