ingekapseld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ge·kap·seld
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: inkapselen…
verbogen vorm: ingekapselde

ingekapseld

  1. voltooid deelwoord van inkapselen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be