infiltres
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| infiltrer |
infiltres
- tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van infiltrer
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van infiltrer
| vervoeging van |
|---|
| infiltrar |
infiltres
- aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van infiltrar
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van infiltrar
| vervoeging van |
|---|
| infiltrarse |
infiltres
- aanvoegende wijs tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van infiltrarse
- gebiedende wijs (ontkennend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van infiltrarse