indigne
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
indigne | indignes |
indigne
| vervoeging van |
|---|
| indigner |
indigne
- ↑ indigne (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
| vervoeging van |
|---|
| indignar |
indigne
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van indignar
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van indignar
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van indignar
| vervoeging van |
|---|
| indignarse |
indigne
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van indignarse
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van indignarse
- gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van indignarse