inburgeringsexamentje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·bur·ge·rings·exa·men·tje

Zelfstandig naamwoord

inburgeringsexamentje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord inburgeringsexamen