ijsklontje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·klont·je

Zelfstandig naamwoord

ijsklontje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ijsklont
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.