honoreerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·no·reer·de

Werkwoord

vervoeging van
honoreren

honoreerde

  1. enkelvoud verleden tijd van honoreren
    • Ik honoreerde. 
    • Jij honoreerde. 
    • Hij, zij, het honoreerde.