honderdtweeënzestigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hon·derd·tweeën·zes·tigs, hon·derd·twee·en·zes·tigs

Zelfstandig naamwoord

honderdtweeënzestigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord honderdtweeënzestig

Gangbaarheid