hapte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hap·te

Werkwoord

vervoeging van
happen

hapte

  1. enkelvoud verleden tijd van happen
    • Ik hapte. 
    • Jij hapte. 
    • Hij, zij, het hapte.