haarkloofde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·kloof·de

Werkwoord

vervoeging van
haarkloven

haarkloofde

  1. enkelvoud verleden tijd van haarkloven
    • Ik haarkloofde. 
    • Jij haarkloofde. 
    • Hij, zij, het haarkloofde.