groepstaaltje
Uiterlijk
- Geluid: groepstaaltje (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɣrupstalcə / (3 lettergrepen)
- groeps·taal·tje
het groepstaaltje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord groepstaal
- Het woord groepstaaltje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.