grammolecuultje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gram·mo·le·cuul·tje

Zelfstandig naamwoord

grammolecuultje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord grammolecule
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord grammolecuul