Naar inhoud springen

gozó

Uit WikiWoordenboek

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
gozar

gozó

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van gozar
vervoeging van
gozarse

gozó

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van gozarse