gomde uit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gom·de uit

Werkwoord

vervoeging van
uitgommen

gomde uit

  1. enkelvoud verleden tijd van uitgommen
    • Ik gomde uit. 
    • Jij gomde uit. 
    • Hij, zij, het gomde uit.