genegenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ne·gen·en
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van negen met het voorvoegsel ge- en met het achtervoegsel -en

Hoofdtelwoord

genegenen

  1. met het aantal van negen