geleek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·leek

Werkwoord

vervoeging van
gelijken

geleek

  1. enkelvoud verleden tijd van gelijken
    • Ik geleek. 
    • Jij geleek. 
    • Hij, zij, het geleek.