fui

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Werkwoord

vervoeging van
ĕsse

fŭi

  1. actief indicatief perfectum, eerste persoon enkelvoud van ĕsse


Lets

Tussenwerpsel

fui

  1. foei


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
ir

fui

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van ir
vervoeging van
irse

fui

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van irse
vervoeging van
ser

fui

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van ser