frommelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • from·mel·de

Werkwoord

vervoeging van
frommelen

frommelde

  1. enkelvoud verleden tijd van frommelen
    • Ik frommelde. 
    • Jij frommelde. 
    • Hij, zij, het frommelde.