fittinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fit·tin·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

fittinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fitting