finden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈfɪndn̩/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudhoogduitse findan.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
finden
/ˈfɪndn̩/
fand
/fant/
gefunden
gəˈfʊndn̩̩/
Klasse 3 sterk volledig

Werkwoord

finden

  1. vinden





Nedersaksisch

Werkwoord

finden

  1. vinden