fenomenoloogje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fe·no·me·no·loog·je

Zelfstandig naamwoord

fenomenoloogje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fenomenoloog