Naar inhoud springen

fabrique

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fabrique     la fabrique     fabriques     les fabriques  

fabrique v

  1. (economie) fabriek
  2. (religie) kerkfabriek
  3. gebouw specifiek gemaakt als ornament voor een tuin of park
vervoeging van
fabriquer

fabrique

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van fabriquer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van fabriquer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van fabriquer


vervoeging van
fabricar

fabrique

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fabricar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fabricar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fabricar