encabece
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| encabezar |
encabece
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van encabezar
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van encabezar
- gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van encabezar
| vervoeging van |
|---|
| encabezarse |
encabece
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van encabezarse
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van encabezarse
- gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van encabezarse