eenenzestigje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een·en·ze·ven·tig·je

Zelfstandig naamwoord

eenenzestigje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord eenenzeventig

Gangbaarheid